stadswi-fi

Moeten alle Nederlanse steden gratis stadswifi aanbieden?

Op vakantie gaan, dat doe je niet alleen om vette nieuwe dingen te zien en te ervaren die je thuis niet hebt. Je doet het ook om even weg te zijn van je werk, van je thuissituatie, en om mogelijk even weer na te denken over je leven, je aspiraties en je loopbaan. Dat is makkelijker op vakantie, omdat je ten eerste uit je thuissituatie weg bent. Ten tweede heb je er dan pas tijd voor, en ten derde: je hebt geen verplichting voortdurend online te zijn.

Nu heeft natuurlijk niemand de verplichting altijd online te zijn, maar de druk is voor velen onder ons voelbaar. Ik zorg er in ieder geval voor dat bijna al mijn vakanties ver weg zijn, zodat ik lang in het vliegtuig zit. Geen WiFi, een stapel films/games/tijdschriften: even geen email, social media en connectiviteit. Immers is het vliegtuig nog een van de weinige plekken waar je echt geen internet tot je beschikking hebt (en nog belangrijker: wat ook een geaccepteerde uitleg is voor vrienden/familie/collega’s). Hoewel, zelfs die connectiviteit op vluchten verandert in rap tempo.

Ben ik echter eenmaal aangekomen op mijn vakantiebestemming, dan wordt het moeilijk om offline te blijven. Hotels hebben zelfs in de kleinste Aziatische stadjes gewoon WiFi (vaak heel crappy, maar het is er!) en laatst was ik zelfs op een groepsreis waarin er WiFi werd aangeboden in de bus! Op zich is dat aan de ene kant heel prettig hoor: dat offline zijn vind ik namelijk ook vervelend als het te lang duurt. Ik wil zelf ook op de hoogte zijn, momentjes delen, mijn email in de gaten houden en Whatsappen.

Nog handiger is het om op vakantie je WiFi te gebruiken om bijvoorbeeld een restauranttip te bekijken in de stad waarin je je bevindt, of om te kijken wat het weer de volgende dag doet zodat je weet of je je strandtas of je regenponcho mee moet nemen. Bovendien werkt mijn brein al twintig jaar met internet, en is het gewend om kennis snel op te zoeken, en dat merk je op vakantie in gesprekken pas echt: er is geen Wikipedia om er even snel op na te slaan.

MobileMobile

Toen ik laatst in Antwerpen was, en we na lang zoeken eindelijk een Vietnamees restaurant vonden dat we op de hotelkamer hadden opgezocht, toen baalde ik. Hoewel ik blij was dat we zo’n goed tentje hadden gevonden door het internet, was het helaas vol en moesten we toen maar wat gaan ronddolen in de stad, op zoek naar iets anders. Had ik echter even verder gekeken dan mijn neus lang is, dan had ik kunnen zien dat Antwerpen stadswifi heeft waarop je gratis kunt surfen.

Heel suf, want dat werd dus pas de volgende dag bij vertrek ontdekt. Het zette me wel aan het denken: is het nou een vervelende druk dat ik zelfs op stadswifi online kan zijn, of is het een verademing dat ik meteen kan opzoeken waar ik heen moet als een restaurant maar 10 plaatsen blijkt te hebben (waargebeurd! 10 plaatsen!) of als ik de weg kwijt ben? Natuurlijk moet zo’n stadswifi niet dingen toestaan als Netflix of radio luisteren, want dat legt een te grote druk op het netwerk. Maar simpele, ietwat langzame WiFi voor toeristen en inwoners die even een adres moeten opzoeken of een kleine foto op social media willen delen van hun bezoek/eten/gezicht, dat moet toch te doen zijn?

Dat valt tegen, heb ik zojuist geleerd. Zo’n stad moet overal WiFi toegangspunten ophangen, er moet onderhoud op het netwerk plaatsvinden en het netwerk moet sterk zijn en veilig. Een stad moet duizenden van die access points hebben om een stadswifi goed werkend te hebben. Dat is duidelijk wat anders dan mijn netwerkje thuis. Aan de andere kant denk ik dat een stad er wel mee laat zien dat het innovatief is, en probeert mee te denken met de jongere generaties.

Er zijn ook mensen die tegen zo’n stadsnetwerk zijn, omdat ze het niet veilig vinden of die druk niet willen voelen steeds online te “moeten” zijn. Wat vind jij? Is een stadswifi gewenst, of heb je liever van niet?

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.