We zijn ons steeds meer bewust van duurzaamheid. Maar ook de eisen die consumenten aan hun producten stellen, liggen steeds hoger en persoonlijker. Tegelijkertijd wordt de kwaliteit van producten gemaakt in lage loonlanden steeds beter. Om de maakindustrie in Europa rendabel te houden moet er daarom geïnnoveerd worden, daarvoor moet nieuwe kennis ontwikkeld en toegepast worden. Dat is waarom Boukje de Gooijer onderzoek doet naar Smart Industry!

Smart Industry aka Industrie 4.0

De term Industrie 4.0 is overkomen waaien uit Duitsland, in Nederland noemen we het doorgaans Smart Industry. Het cijfer 4.0 komt voort uit de verschillende fases in de industriële revolutie. De industriële revolutie begon rond 1800 met de opkomst van de stoommachine. Hierdoor konden de eerste productieprocessen gemechaniseerd worden. De uitvinding van staal & verbrandingsmotoren zorgden voor de eerste massaproductie & productie lijnen, dit was eigenlijk Industrie 2.0.

In Industrie 3.0 zorgde de opkomst van de computer voor de digitalisering van de productieprocessen. In Industrie 4.0 word het gebruik van computers uitgebreid tot in zijn extremen. De consument, het ontwerp proces, het productie proces, het onderhoud van het product, alles is met elkaar verbonden via de cloud. Dit staat ook wel bekend als ‘Internet of Things’.

Schaarse grondstoffen = zo min mogelijk fouten maken

Ze vertelt: “Mijn onderzoek word gedaan vanuit het consortium Northern Netherlands Region of Smart Factories (zie: http://rosf.nl/). In dit consortium werken bedrijven en kennisinstellingen samen aan het ontwikkelen van nieuwe innovaties.”

“Een van deze innovaties waar ik me mee bezig houd, is het ontwikkelen van een ‘digital twin’. Dit is een digitale versie van product, inclusief het productieproces en het onderhoud. Mijn onderzoek gaat over het maken van een computer model waarmee productieprocessen bestaande uit meerdere stappen geoptimaliseerd kunnen worden. Door het productie proces eerst digitaal te testen, kun je het zo ontwerpen dat de producten de eerste keer meteen goed uit de machine komen. Dat heet ‘first time right’ productie. Juist voor gepersonaliseerde producten is dit heel belangrijk omdat het vaak om kleine oplages gaat, soms zelfs maar één product.”

“Daarnaast kun je de ruwe materiaal data van de fabrikant meenemen in het model. Net zoals in het echte leven geld: niets in perfect. In het materiaal zitten altijd (kleine) afwijkingen van de standaard waarde. Ook hierop kun je het productieproces ontwerpen, zodat je alsnog nagenoeg foutloos kan produceren. Dit heet zero defect engineering. Vooral nu de grondstoffen steeds schaarser worden is het erg belangrijk zo min mogelijk foute producten en dus afval te produceren.”

Op het lijf geschreven

“Ik had als kind al een fascinatie voor machines, je kon me in mijn kinderwagen voor een graafmachine parkeren en daar kon ik dan eindeloos naar kijken. Tijdens mijn bachelor kwam ik erachter hoe interessant fabrieken zijn. Al die machines die op onvoorstelbare snelheid werk verrichten, daar kan geen mens aan tippen. Ik ben tijdens mijn studie dan ook bij veel fabrieken binnen geweest: van kaas, bier en boter, tot lego, luiers en scheerapparaten. Het doen van onderzoek naar hoe we zulke productieprocessen kunnen verbeteren, is me dus op het lijf geschreven.”

“Het delen van kennis en inspireren van jonge studenten vind ik het allerleukste aan mijn werk. Toen ik erachter kwam dat je eigenlijk niet als docent op een universiteit kan werken zonder gepromoveerd te zijn, ben ik gaan uitzoeken wat de meerwaarde van een doctorstitel nou eigenlijk is. Ik kwam er erachter dat zo’n groot project opzetten en uitvoeren een hele leerzame ervaring is. Onderzoek betekent ook dat je soms maanden geen resultaten ziet, door dit soort tegenslagen te verwerken leer je jezelf heel goed kennen. Daarnaast vind ik het bijdrage aan het oplossen van een van de stukjes in de grote puzzel der wetenschap een eervolle taak.”

“Ik ben de komende 3 jaar nog bezig met mijn onderzoek. Daarna wil ik het bedrijfsleven in, het liefst als projectleider op een R&D afdeling in de levensmiddelenindustrie. Daarnaast zou ik het liefst nog 1 of 2 dagen college willen blijven geven. Ik denk dat het heel waardevol is om kennis uit het bedrijfsleven te kunnen overdragen op studenten, omgekeerd is het ook belangrijk om de creatieve ideeën van studenten terug te kunnen koppelen naar het bedrijfsleven. Over 10 jaar zou ik met de opgedane ervaring opleidingsdirectrice willen worden van een technische opleiding.”

Boukje de Gooijer is in de race om TechGirl van de Maand te worden. Je kunt per direct op haar stemmen via dit artikel op TechGirl.nl. De stemronde duurt tot en met vrijdag 29 december 23.59 uur.

Gerelateerde berichten

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.